Telecommunicatie

Taakbeschrijving

Het toezicht op de aanbieding telecommunicatiediensten en het in stand houden van telecommunicatie-inrichtingen betreft hoofdzakelijk de volgende werkzaamheden welke door het Bureau worden uitgevoerd, te weten:

  1. toezicht op de telecommunicatievoorzieningen
  2. frequentiebeheer en monitoring en
  3. beheer van het nummerplan

Ad 1) toezicht op de telecommunicatievoorzieningen

De zorg voor de beleidsmatige kaders en het toezicht op de telecommunicatiesector is door de wetgever formeel verankerd in de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (P.B. 2011, no. 37). De Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen vereist in beginsel een concessievoor de aanleg, instandhouding en exploitatie van een telecommunicatie-infrastructuur (zie Bijlage 1 voor het overzicht van de concessiehouders en de soort concessie waarover zij beschikken). Bedoelde concessie wordt steeds bij landsbesluit verleend, waarin de concessievoorwaarden worden gespecificeerd. Bij elke concessie hoort tevens de toekenning van de nodige (radio)frequenties welke nodig zijn voor het gebruik van de concessie.

Zij die telecommunicatie-inrichtingen van bijzondere aard of beperkte omvang aanleggen zijn uitgezonderd van het concessievereiste. Voor het aanleggen, gebruiken, in stand houden of (doen) exploiteren van een radio-elektrische zendinrichting, een draadomroepinrichting of een kabelinrichting door niet-concessiehouders is (met uitzondering van opsporingsdiensten) echter wel een machtigingvan de Minister nodig.

Het in het bezit zijn van een machtiging is voorts in twee gevallen noodzakelijk. Ten eerste kan slechts degene die reeds in het bezit is van een machtiging als hiervoor bedoeld in aanmerking komen voor een vergunning als bedoeld in de Televisielandsverordening (P.B. 1971, no. 33). Dus een aanvrage om een tv-station te mogen opereren kan alleen worden ingediend door een rechtspersoon of natuurlijk persoon met een machtiging.

Ten tweede is het voor een ieder verboden om radio-elektrische zend- of ontvanginrichtingen te verkopen of te verhuren aan (rechts)personen die geen machtiging van de Minister bezitten. Deze wettelijke bepaling vereist een gedegen inspectie en controle systeem van het Bureau, want verkopers van elektrische zend- of ontvanginrichtingen vallen hiermee indirect ook onder het toezicht van het Bureau.

Voor de concessies, machtigingen en vergunningen worden door de Minister vergoedingen vastgesteld, evenals vergoedingen voor de kosten in verband met diverse keuringen, toelating van randapparatuur en behandeling van klachten over storingen. Tenslotte houdt het Bureau van alle individuele concessiehouders , machtiginghouders en vergunninghouders vanaf de eerste aanvrage een register bij met de daarbij behorende administratie.

Wanneer een concessie, machtiging of vergunning is verleend begint het eigenlijke toezicht van het Bureau op de telecommunicatievoorzieningen. Dat toezicht houdt vele technische, economische, juridische en administratieve werkzaamheden in van de verschillende afdelingen binnen het Bureau, waaronder de volgende:

  • het uitoefenen van toezicht op de capaciteit, kwaliteit, prijs, frequentiegebruik en toegang van of door concessiehouders;
  • het waarborgen van de opgedragen telecommunicatiediensten;
  • het adviseren (van de Minister) bij het geven van voorschriften en het verlenen van ontheffingen aan concessiehouders;
  • het verlenen en het intrekken, alsmede het verlenen van ontheffingen, van machtigingen om radio-elektrische zendinrichtingen aan te leggen, te gebruiken en/of te exploiteren;
  • het adviseren bij het stellen van regels voor het gebruik van radio-elektrische zendinrichtingen aan boord van schepen en vliegtuigen;
  • het adviseren bij het verlenen, het intrekken, het stellen van voorschriften en beperkingen en het verlenen van ontheffingen en machtigingen om draadomroepinrichtingen aan te leggen, in stand te houden en/of te exploiteren;
  • het adviseren bij het verlenen, het stellen van voorschriften en beperkingen, en het intrekken van een aanvullende machtiging voor de exploitatie van de draadomroepinrichting als middel van transport voor andere diensten met betrekking tot telecommunicatie;
  • het adviseren bij het verlenen, het intrekken, het stellen van nadere regels en het verlenen van ontheffingen om kabelinrichtingen, niet zijnde draadomroepinrichtingen, aan te leggen, in stand te houden en te gebruiken;
  • het adviseren bij het verlenen van ontheffingen en het stellen van voorschriften en beperkingen indien de concessiehouder niet bereid of in staat is binnen redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een gelijkwaardige voorziening ter beschikking te stellen;
  • het adviseren bij het stellen van technische eisen, regels en verklaringen ten aanzien van randapparatuur;
  • het houden van juridisch en technisch toezicht op de naleving van de concessie-, machtiging- en vergunningsvoorwaarden;
  • het adviseren bij het nemen van handhavingsmaatregelen en het opleggen van administratieve boetes bij het niet nakomen van verplichtingen en aanwijzingen;
  • het uitvoeren van de geschillenbeslechting tussen concessiehouders, inclusief het organiseren van hoorzittingen;
  • de bewaking van de belangen van eindgebruikers en het in behandeling nemen en de afhandeling van hun klachten;
  • het adviseren bij het vaststellen van vergoedingen voor concessies, machtigingen, keuringen, behandeling van klachten, erkenningen en verlening van ontheffingen en het adviseren bij het stellen van nadere eisen aan certificatiedienstverleners en de aanwijzing van organisaties die deze certificatiedienstverleners toetsen aan de daaraan te stellen eisen.

Daarnaast kunnen de eindgebruikertarieven van concessiehouders pas worden aangepast wanneer daarvoor goedkeuring is verkregen van de Minister. Het Bureau adviseert de Minister over de al dan niet wijziging van genoemde tarieven. Daarbij spelen enkele belangrijke principes, zoals kostenoriëntatie en non-discriminatie, een leidende rol.

Ad 2) frequentiebeheer en monitoring

Bij het toezicht op het gebruik van de frequentieruimte hebben de werkzaamheden van het Bureau in het bijzonder betrekking op:

  • de uitvoering van het frequentiebeleid, waaronder de uitgifte van frequenties op grond van een toekenningprocedure;
  • het monitoren van het frequentiespectrum en het oplossen van interferentie- en andere problemen met betrekking tot het gebruik van frequenties door concessie- en machtiginghouders;
  • het adviseren bij de toekenning (i.c. toewijzing) van radiofrequenties aan concessie- en machtiginghouders;
  • het adviseren bij het stellen van regels ten aanzien van elektromagnetische- en overige storingen en
  • het uitvoeren van inspecties ten aanzien van elektromagnetische- en overige storingen.

Ad 3) beheer nummerplan

Bij het beheer van het (telefoon)nummerplan hebben de werkzaamheden van het Bureau in het bijzonder betrekking op:

  1. het adviseren van de regering met betrekking tot de opstelling van het nummerplan en
  2. het beheer, onderscheidenlijk de uitvoering, van het nummerplan, waaronder de uitgifte van nummers en het toezicht op het gebruik van nummers en nummerportabiliteit.



Contact Info

Beatrixlaan 9, Curaçao
P.O. Box 2047
Phone: (5999) 463-1700
Fax: (5999) 736-5265